Wat wil en wat kan ik?

...Wat wil en wat kan ik?
Wat wil en wat kan ik? 2017-01-31T15:29:18+00:00

Wat wil ik?

Als je wilt gaan werken, is het prettig dat je weet wat voor werk je graag doet, in welk soort bedrijf je wilt werken en waar. Wil je één bepaalde taak of juist meer afwisseling? Waar ben je goed in? Misschien weet je al wat je wilt verdienen. Bedenk goed wat voor werk je graag doet. Is dat één bepaalde taak of wil je meer afwisseling?

Het is goed om van te voren te bepalen aan welke eisen jouw vacature moet voldoen, zoals:

  • Vakgebied/sector (administratie, vormgeving, horeca, verzorging, ICT). (Weet je nog niet welk vakgebied bij je past, dan kun je een beroepentest doen)
  • Werk-, denk- en opleidingsniveau
  • Provincie/regio
  • Eisen met betrekking tot je aandoening, zoals de toegankelijkheid van een gebouw, het aantal uren dat je kunt werken en eventuele aanpassingen op de werkplek.

TIP: Beschrijf je wensen

  • Werk: Wensen ten aanzien van werk, aantal uren verdeeld over aantal dagen, je wensen over het verrichten van betaald werk, vrijwilligerswerk, werken met behoud van uitkering en eventueel benodigde (vervolg)opleiding(en)
  • Zelfstandigheid: wil je zelfstandig taken uitvoeren, plannen en organiseren, leren?
  • Mobiliteit: wil je vervoer naar en op je werk zelfstandig regelen, wil je tijdens je werk zitten, staan, lopen?
  • Denk ook aan aspecten als: werktempo, zelfstandig organiseren van je werk, contact met collega’s of klanten, nauwkeurigheid of precisie, afspraken maken en nakomen, verantwoordelijkheid nemen

Wat kan ik?

Het verschil tussen willen en kunnen kan groot zijn, zeker als je een chronische aandoening hebt. Het is altijd goed om voor jezelf op een rijtje te hebben wat je wel en niet kan. Als je aan het werk gaat is het handig om dit voor jezelf in beeld te hebben zodat de werkgever ook weet waar hij/zij rekening mee moet houden.

Energie
Het is belangrijk om te bepalen hoeveel energie je kwijt kunt zijn aan toekomstig werk. Dit is lastig, zeker als je nog geen werkervaring hebt. Het kan handig zijn om een tijdschema te maken waarbij je omschrijft wat en wanneer je welke activiteiten doet en hoe hoog je energielevel daarbij is. De hoeveelheid slaap moet ook een onderdeel zijn van het schema. Maak na een week of twee de balans op. Welke activiteiten gaan je makkelijk af? Wat kost je teveel moeite? Ben je gebaat bij regelmaat, of is structuur niet van belang? Probeer heldere conclusies te trekken! Misschien is het fijn om dit samen met een ouder/verzorger of vriend te bekijken. Hier vind je een voorbeeld van zo’n schema.

Omgaan met teleurstelling
Heb je heldere ideeën van wat je wilt maar ligt dit niet op een lijn met wat je kunt, dan kan dat teleurstellend zijn. Het kan lastig zijn om je erbij neer te leggen als iets niet lukt. Het kan zijn dat je boven je kunnen moet werken om datgeen wat je voor ogen hebt toch te bereiken. Maar waak voor je gezondheid! Dat klinkt saai en duf maar is ontzettend belangrijk. Probeer te kijken naar wat je wel kan en hoe je op een andere manier toch je doelen zou kunnen bereiken.

“Elke dag op stage was een strijd voor mij tegen de hoofdpijn. Ondanks de urenvermindering bleek dit vakgebied (geriatrie) lichamelijk te zwaar voor me. Toen ik mijn mentor vertelde dat ik zou stoppen met de opleiding voelde dat als falen. Ik was ontzettend kwaad op mezelf. Het heeft me veel moeite gekost om mijn ogen te openen voor andere vakgebieden. Maar in de 4 jaar die volgden heb ik zo veel nieuwe kanten van mezelf ontdekt. Ruimer denken is mijn advies!”
Roos, 23 jaar, ataxie

Vind je het moeilijk om hier alleen mee aan de slag te gaan, vraag dan om hulp of ondersteuning bij bijvoorbeeld het UWV of MEE.