Antwoorden:
Wat is het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! eigenlijk?
Het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! is een landelijk programma, gericht op het invoeren van verbeteringen op het gebied van de inhoud en de organisatie van de zorg voor jongeren met chronische, somatische aandoeningen. De implementatiemethodiek die daarbij wordt gebruikt is de Doorbraakmethode, een beproefde manier om bewezen goede voorbeelden in de zorg snel te verspreiden.
Het actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! heeft twee doelstellingen:
Het programma bestaat uit drie fasen, waarvan de eerste (ontwikkelfase) inmiddels is afgerond en de tweede (Testfase) in volle gang is. In januari 2010 is de Verspreidingsfase gestart met Ronde 2010. In maart 2011 start de laatste ronde, Ronde 2011. Hiervoor kunt u zich nu (voor 31 december 2010) aanmelden. Lees hier meer over de verschillende Fasen van het Actieprogramma en hier over de voorwaarden om mee te doen.
Fasen van het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit!
Het programma duurt in totaal viereneenhalf jaar en bestaat uit drie fasen, waarvan de eerste (ontwikkelfase) en tweede (testfase) inmiddels afgerond zijn. De verspreidingsfase bestaat uit drie rondes waarvan ronde 1 in januari 2010 van start is gegaan.
Verspreidingsfase. Vanaf januari 2010 worden de interventies, verrijkt met de ervaringen opgedaan in de testfase, landelijk verspreid over de zorginstellingen. Het streven is dat na deze fase van het actieprogramma zoveel mogelijk ziekenhuizen met een kinderafdeling / kinderrevalidatie instellingen aandacht besteden aan transitie en daarbij gebruik maken van de inzichten en technieken die in het project zijn verspreid. De verspreidingsfase bestaat uit drie rondes:
Wie zijn de partijen ‘achter’ het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit!?
Initiatiefnemer van het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! is de het team Op Eigen Benen: een samenwerkingsverband van Hogeschool Rotterdam, Kenniskring Transities in Zorg, Erasmus MC, dat de uitvoering verzorgt samen met het Kwaliteitsinstituut voor de Gezondheidszorg CBO. NB lees het volgende bericht over het faillissement van het CBO.
De Nederlandse Vereniging van Kinderartsen (NVK), Revalidatie Nederland (RN), het Landelijk Innovatieprogramma Kinderrevalidatie en het Nationaal Actieprogramma Diabetes (NAD), steunen de doelen van het programma van harte. Het Actieprogramma wordt gefinancierd door het Innovatiefonds Zorgverzekeraars.
Waarom is het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit! noodzakelijk?
Ten minste 14% van de Nederlandse jeugd tussen de 0 – 18 jaar groeit op met een chronische aandoening (Mokkink et al. 2007). Het aantal jongeren en jongvolwassenen met chronische aandoeningen neemt toe. Waar veel van deze aandoeningen tot voor enkele decennia geleden niet behandeld konden worden, overleeft nu ruim 90% van kinderen met (aangeboren) chronische aandoeningen tot ruim in de volwassenheid.
Net als gezonde leeftijdsgenoten moeten zij zo zelfstandig mogelijk worden om volwassen rollen in de samenleving op te nemen, maar door hun aandoening is dit soms extra lastig. De ‘normale’ ontwikkeling van veel van deze jongeren is bedreigd. Maatschappelijke participatie van jongvolwassenen met chronische aandoeningen blijft op veel terreinen achter bij die van leeftijdgenoten. Toch beperkt de zorgverlening zich meestal tot medische en functionele aspecten van de aandoening. Waar de kinderzorg adolescenten soms 'klein' houdt en focust op beperkingen in plaats van op kansen, wordt in de volwassenenzorg te weinig aandacht besteed aan de specifieke ontwikkelingsopgaven van adolescenten.
In de puberteit zijn deze jongeren extra kwetsbaar. Adolescenten en jongvolwassenen met een chronische ziekte zijn, net als hun leeftijdsgenoten, op zoek naar hun eigen identiteit en maken soms keuzes waarvan zij de consequenties onvoldoende overzien en die hun kwetsbare gezondheid kunnen schaden. Zorgverleners uit de pediatrie en de volwassenenzorg rapporteren veel problemen met adolescenten, variërend van onvoldoende zelfstandigheid tot onvoldoende therapietrouw. De zorg in de adolescentieperiode is niet afgestemd op de behoeften van adolescenten. Vooral de voorbereiding van jongeren op hun volwassenwording (zelfmanagement, maatschappelijke participatie, regie over eigen leven en toekomst) en de integrale afstemming en coördinatie van zorg schieten te kort.
De problemen spitsen zich toe rond het 18e levensjaar, als de jongeren overstappen van pediatrie / kinderrevalidatie naar de zorg voor volwassenen. Deze transitie is voor jongeren met een chronische aandoening en hun ouders vaak ingrijpend. De overgang wordt door jongeren en hun ouders vaak als erg groot ervaren. Zowel voorbereiding in de kinderzorg als opvang in de volwassenenzorg schieten in veel gevallen tekort. In de praktijk verloopt de transitie bovendien vaak ad hoc, waarbij gebrek aan samenwerking, afstemming en continuïteit eerder regel dan uitzondering is. In de meeste gevallen zijn er geen speciale voorzieningen in de volwassenenzorg voor deze kwetsbare patiëntengroep. Er zijn aanwijzingen dat de gebrekkige opvang na de overgang naar de zorg voor volwassenen desastreuze gezondheidsgevolgen kan hebben. Verminderde therapietrouw van jongvolwassenen, een sterke nadruk op eigen verantwoordelijkheid in de volwassenenzorg, gepaard met een verminderd aantal contacten met (vertrouwde) zorgverleners en het ontbreken van een multidisciplinaire aanpak in de zorg voor volwassenen dragen bij aan slechtere klinische uitkomsten of een drop-out van jongvolwassenen uit behandelprogramma’s.
In Nederland zijn er de laatste jaren in veel ziekenhuizen en poliklinieken – maar zeker niet overal – diverse initiatieven bij verschillende ziektebeelden ontstaan om de transitie van jongeren met chronische aandoeningen beter te structureren en om hun zelfmanagement te bevorderen. Goede voorbeelden verspreiden zich echter niet vanzelf. Uit de inventarisatie die ten behoeve van dit project onder 164 teams van zorgverleners in ziekenhuizen en revalidatiecentra is uitgevoerd (2008), blijkt dat meer dan 85% van de respondenten het zeer noodzakelijk vindt voor hun eigen team om verbeteringen door te voeren op het gebied van de bevordering van zelfmanagement en de organisatie van transitie in zorg. Lees hier de Fact Sheet met alle resultaten van de webenquête onder zorgverleners.
Wat zijn ‘chronische aandoeningen’ in het kader van het Actieprogramma? Welke ‘chronische aandoeningen’ doen mee?
Volgens de nieuwe definitie (opgesteld in een onderzoek in het Emma Kinderziekenhuis AMC door Mokkink e.a., 2007) spreken we over een chronische aandoening bij kinderen als
• de aandoening voorkomt bij kinderen en jongeren tot 19 jaar, én
• de aandoening medisch vast te stellen is, én
• de aandoening (nog) niet te genezen is, én
• de aandoening ten minste drie maanden bestaat en waarschijnlijk langer zal duren – of er in het afgelopen jaar minstens drie ziekteperiodes zijn geweest.
Er zijn bijna 300 diagnosen of diagnosegroepen die beschouwd worden als chronische aandoeningen bij kinderen. In Nederland groeit ten minste 14% van de kinderen en jongeren onder de 18 jaar op met een chronische aandoening. Dit gaat om 500.000 kinderen. Toch zullen lang niet al deze kinderen regelmatige gebruikers van ziekenhuiszorg en revalidatiezorg zijn of blijven. Gelukkig maar! Het Actieprogramma is vooral bedoeld voor die jongeren die in hun dagelijks functioneren of in hun levensverwachting (aanzienlijke) beperkingen ondervinden van hun chronische ziekte of beperking. Of bij wie medische begeleiding en behandeling in de toekomst noodzakelijk blijft en een overgang naar de (specialistische) volwassenenzorg problemen kan geven.
Welke aandoeningen wel en welke niet? We sluiten NIET bij voorbaat bepaalde ziektebeelden uit (bv. astma niet en diabetes wel; kanker niet en spierziekten wel). Het gaat ons vooral om de impact die de chronische aandoening heeft en de zorgbehoefte die daaruit voortvloeit. Als voor de behandeling van de aandoening langdurige specialistische zorg nodig is en aan de definities hierboven wordt voldaan, horen de patiënten die het team behandelt erbij.
Uitzondering: Het Actieprogramma is NIET bedoeld voor jongeren met verstandelijke beperkingen. Voor deze groep zullen namelijk bijzondere aanpassingen nodig zijn om hun zelfredzaamheid en participatie te bevorderen. Hoewel dit hard noodzakelijk is en er zeker bijzondere aandacht voor deze groep nodig is, valt het buiten het bestek van het huidige Actieprogramma.
Waar kan ik meer lezen over het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit ?
In het overzicht van publicaties zijn alle publicaties over het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit opgenomen. Via de link zijn enkele artikelen rechtstreeks te downloaden.
Wat houdt de Doorbraakmethode in?
Gezondheidszorg kan altijd beter. Maar het verbeteren van zorg is geen eenvoudige opgave. Er zijn allerlei obstakels die verhinderen dat zorgverleners in de praktijk verbeteringen overnemen. De Doorbraakmethode is een strategie om de invoering van veranderingen, richtlijnen of goede voorbeelden van zorg in de praktijk te versnellen. Voorbeelden van goede zorgpraktijken bestaan in vele organisaties, maar zijn vaak slecht beschreven, laat staan dat ze zich verspreiden. In een Doorbraakproject worden deze ervaringen beschikbaar gemaakt voor verspreiding onder de deelnemers. Het is een gestructureerde manier van werken, bestaande uit een combinatie van verschillende interventies om verbeteringen in de zorg te realiseren, op het gebied van veiligheid, kwaliteit, logistiek en efficiency.
Een Doorbraakproject bestaat uit 8-15 multidisciplinair samengestelde teams, die tijdens de duur van het project een tijdelijk samenwerkingsverband vormen. Al deze teams werken aan het optimaliseren van de zorg op hetzelfde onderwerp of zorgproces. Rondom dit onderwerp of proces formuleren ze hun eigen doelstellingen. Tijdens het Doorbraakproject worden de teams begeleid door inhoudelijke en methodische deskundigen. Veel aandacht wordt hierbij besteed aan het meten van resultaten (indicatoren).
'Breakthrough' (doorbraak) is ontwikkeld door het Amerikaanse Institute for Healthcare Improvement, een onafhankelijke non-profitorganisatie die wereldwijde verbeteringen in de gezondheidszorg beoogt.
De vijf belangrijkste Doorbraakprincipes zijn:
Een Doorbraakproject start met het bepalen van een doelstelling. Vervolgens worden organisaties opgeroepen om deel te nemen aan het project. Deelnemende organisaties stellen een multidisciplinair doorbraakteam samen. Dit team vervult binnen de instelling en binnen Nederland een pioniersfunctie. Door hen beproefde verbeteringen worden in de volgende fase van het project binnen de eigen instelling en landelijk verspreid.
Een expertteam, dat bestaat uit deskundigen en wetenschappers, zoekt succesvolle praktijkvoorbeelden en stelt daarmee een verbeterpakket samen: een verzameling van goede voorbeelden, voorbeeldmaterialen en verbeterideeën. Belangrijke criteria bij de keuze van verbeterideeën zijn:
Tijdens de landelijke startbijeenkomsten (werkconferentie) maken de multidisciplinaire teams kennis met het Nolan model. Aan de hand van dit model kunnen teams in korte tijd veranderingen in hun werk toepassen en toetsen. Zie verderop. Naast de startconferentie voor het hele team worden projectleidersbijeenkomsten met de projectleiders georganiseerd. Daarnaast vinden er twee locatiebezoeken plaats en wordt er afgesloten met een landelijke slotconferentie. In de bijeenkomsten worden de verschillende stappen van het model verder uitgediept en kunnen de deelnemers ervaringen en resultaten met elkaar uitwisselen. Tussen de bijeenkomsten door zijn er zogenaamde actieperiodes, waarin verbeteringen worden doorgevoerd en de eerste resultaten worden bereikt. Tijdens deze periodes worden de teams begeleid door adviseurs en inhoudelijke experts.
Het Nolan Model 
Binnen de Doorbraakmethode krijgen deelnemende teams een eenvoudig en handzaam verbetermodel aangereikt: het Nolanmodel. Het Nolanmodel is een belangrijk hulpmiddel bij het invoeren van veranderingen en geeft houvast om doelen en vorderingen van het project steeds in de gaten te houden.
Het Nolanmodel bestaat uit twee delen: een set van drie vragen en de plan-do-study-act cyclus (PDSA-cyclus). Essentie van het model is dat een verbeterteam zich bij de start van een project drie vragen stelt (zie figuur):
Het tweede deel, PDSA-cyclus, betekent dat Doorbraakteams de verandering eerst op kleine schaal testen. De ervaringen die men hierbij opdoet worden gebruikt door het team om de verandering –zonodig- bij te stellen. De PDSA-cyclus start met het kiezen van de verandering en het bedenken van een plan voor uittesten (Plan), vervolgens wordt de verandering getest (Test), het proces en effect van de verandering geëvalueerd en zo nodig bijgesteld (Study), tenslotte wordt de verandering opnieuw getest en bij positieve ervaring op grote schaal ingevoerd (Act).
Tijdelijk samenwerkingsverband
Tijdens een Doorbraakproject vormen de deelnemende teams uit verschillende organisaties een tijdelijk samenwerkingsverband. In deze door sommigen als ‘hogedrukketel’ gekenschetste leeromgeving staat het boeken van resultaat centraal. De deelnemende teams worden hierin landelijk getraind en begeleid. Onderlinge informatie en ervaringsuitwisseling vormen een essentieel onderdeel.
Deelname en voorwaarden van het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit!
Wie kunnen deelnemen aan het Actieprogramma Op Eigen Benen Vooruit!?
Deelname aan het Actieprogramma staat in principe open voor
Het kan gaan om teams uit een deelspecialisme (bv. chronische darmziekten), één specifieke aandoening (bv. diabetes mellitus) of van een cluster van aandoeningen (bv. kinderchirurgie).
Wat is jullie definitie van een ‘behandelteam van zorgverleners’?
Bij de behandeling van kinderen en jongeren met chronische aandoeningen in ziekenhuizen en revalidatiecentra zijn bijna altijd meerdere professionals betrokken, die meer of minder intensief samenwerken. Het gaat dan om artsen, paramedici zoals verpleegkundigen, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, diëtisten, maar bv. ook maatschappelijk werkenden of psychologen. Het Actieprogramma richt zich op de eerste plaats op behandelteams in de tweede lijn (de specialistische zorg). Voor deelname aan het Actieprogramma is het belangrijk dat de doelen en de werkwijze worden gedragen door het hele team.
Teams zitten soms op één, maar ook wel op meerdere locaties (bv. in een specialistisch behandelcentrum werken zorgverleners tussen kinder- en volwassenenzorg vaak al samen en is de behandeling al afgestemd). Dat is erg gunstig als je verdere verbeteringen in de overgang van zorg wilt bereiken. Idealiter zijn er binnen een team al verbindingen met de zorgverleners aan ‘de overkant’. Als dat niet het geval is, zal het bouwen van bruggen en zoeken van samenwerking een van de eerste actiepunten zijn.
Wat zijn de voorwaarden om mee te doen aan de verspreidingsfase van het Actieprogramma?
De belangrijkste voorwaarde is enthousiasme voor het project. Wij zoeken voor de verspreidingsfase 60 tot 75 teams uit de ziekenhuizen en de revalidatiesector, die aan de volgende voorwaarden voldoen:
Waarom wordt er een minimum gesteld aan het patiëntenbestand?
Er zijn twee redenen om een minimum van 35 patiënten ouder dan 12 jaar als voorwaarde voor deelname te stellen.
- Ten eerste zal het voor een team weinig lonend zijn om een uitgebreid verbeterprogramma te ontwikkelen voor een groep die te klein is. Als er bijvoorbeeld jaarlijks maar enkele patiënten worden voorbereid, overgedragen of begeleid, dan zal een transitiecoördinator of een transitieprogramma meer kosten dan opleveren. In dat geval is het een goed idee om samenwerking te zoeken met andere (kleine) behandelteams. Als het gaat om een goede voorbereiding en begeleiding van jongeren met chronische aandoeningen in de transitiefase, kan dit goed werken.
- Ten tweede is voor de deelname aan het evaluatieonderzoek (een andere voorwaarde) noodzakelijk dat er een minimaal aantal deelnemers is bij elk team. Anders kunnen de effecten van de verbetering op het niveau van het eigen team niet worden vastgesteld. Het zou jammer zijn als het niet mogelijk is vast te stellen dat de inspanningen van het team tot echte verbeteringen in de patiëntenzorg hebben geleid.
Wij hebben een enthousiast team, maar krijgen geen steun van ons management. Kunnen wij toch meedoen met het Actieprogramma?
Uit de ervaringen met Doorbraakprogramma’s tot nu toe blijkt dat steun van het hogere management of de directie onontbeerlijk is. Anders krijgt het team niet de benodigde tijd, middelen en menskracht. Dan is de kans dat het project slaagt én beklijft niet groot genoeg.
Er zijn meerdere redenen waarom het hogere management het belang van dit soort projecten niet ziet. Als het komt omdat de organisatie recent heeft meegedaan aan verbeterprojecten zoals Sneller Beter of andere kwaliteitsprojecten, is er misschien sprake van ‘verandermoeheid’. Als er fusieperikelen of grote problemen in de organisatie spelen, is het misschien ook niet het juiste moment om te starten. In dat geval kan het team besluiten om later mee te gaan doen aan het Actieprogramma.
Een heel andere situatie speelt als de directie niet overtuigd is van de noodzaak van dit Actieprogramma. In dat geval is het een goed idee om de ervaringen van patiënten, ouders en zorgverleners te verzamelen en te presenteren. Als het voor een directie / Raad van Bestuur duidelijk is dat de kwaliteit in zorg tekort schiet, kan dit een krachtig argument vormen. Wij kunnen jullie hierbij ook ondersteunen.
Bij ons is transitie in zorg en zelfmanagement al best goed geregeld, wij hebben al veel vernieuwingen ingevoerd. Heeft deelname aan het Actieprogramma dan nog wel zin?
Deelname aan het Actieprogramma heeft vooral zin als het team zelf duidelijke verbetermogelijkheden voor de eigen zorgpraktijk ziet. Dat neemt niet weg dat wij graag in contact komen / blijven met teams die al goede dingen doen of een voorbeeldrol vervullen. Tijdens de werkconferenties kunnen andere teams heel veel inspiratie opdoen uit de goede voorbeelden van anderen.
Wat zijn de data van conferenties en projectleidersbijeenkomsten?
In 14 april 2011 wordt gestart met een landelijke startconferentie (werkconferenties) waar het gehele team aanwezig is. In mei 2012 vindt de landelijke slotconferentie plaats, ook hier is het gehele team aanwezig. Deze conferenties duren een hele dag en vinden plaats in Utrecht. Tussendoor vinden enkele landelijke bijeenkomsten met alleen de projectleiders plaats. Deze vinden plaats in Utrecht, in de middag. Gedurende het jaar worden, in onderling overleg, 2 lokatiebezoeken gepland. Hierbij zal het team op locatie met input van de adviseurs werken aan het de eigen doelen en plannen.
Data bijeenkomsten:
Heeft u inhoudelijke vragen, neem dan contact op met een van de projectleiders van het Actieprogramma: AnneLoes van Staa (a.van.staa@hro.nl, tel.nr: 010-7945185/ 06-28746263) of Jeroen Havers (j.havers@cbo.nl, tel.nr.: 030-284 3978). Met alle andere vragen kunt u terecht bij Elly Katoen, secretaresse van het Actieprogramma! E-mail: opeigenbenen@hro.nl , telefoon: 010-794 5185.
OPBRENGSTEN EN KOSTEN VAN HET ACTIEPROGRAMMA OP EIGEN BENEN VOORUIT!
Wat levert deelname aan het Actieprogramma op?
Deelname aan het Actieprogramma levert een behandelteam zeker veel op! De teams beginnen met zelf te bepalen waar de knelpunten in de patiëntenzorg voor jongeren zitten en welke prioriteiten voor verbetering het team zelf voorstelt. Samen met de adviseur van het project die het team ondersteunt én de experts maakt het team een keuze uit het aanbod van mogelijke interventies die voor dit project verzameld zijn. In veel gevallen moeten deze interventies nog worden aangepast aan de specifieke patiëntengroep en situatie. Er zijn zowel kant-en-klare interventies die aangepast moeten worden op de lokale situatie als interventies die nog verder ontwikkeld moeten worden. Ook daarbij krijgt elk team ondersteuning.
Een belangrijk voordeel van deelname aan het Actieprogramma is de mogelijkheid tot uitwisseling met andere teams uit het land die met vergelijkbare verbeterprojecten bezig zijn. Deze landelijke uitwisseling vindt plaats op inspirerende, kleinschalige werkconferenties.
Wat deelname aan het Actieprogramma bijdraagt aan de zorgpraktijk, is iets dat de teams zelf bepalen én dat door de teams zelf regelmatig wordt gemeten. Door resultaten te meten en deze af te zetten tegen het doel krijgt het team informatie of de verandering daadwerkelijk resulteert in een verbetering. Ook geven metingen inzicht in de voortgang van het veranderingsproces.
Aan wat voor veranderingen gaan de teams werken in hun praktijk?
Er zijn meerdere aangrijpingspunten om zelfredzaamheid en zelfmanagement en transitie naar de volwassenenzorg te bevorderen. Het raamwerk dat samen met de experts (professionals, chronisch zieke jongeren en ouders) is ontwikkeld en in de testfase van een concrete uitwerking is voorzien wordt in de verspreidingsfase verder geïmplementeerd. Er is een toolkit met beschrijvingen van interventies samengesteld, waarvan een groot deel ontwikkeld en getest zijn binnen de testfase van het Actieprogramma. De interventies in de toolkit worden gebruikt in de drie rondes van de verspreidingsfase. De ervaringen uit iedere ronde worden gebruikt om de (interventies in de) toolkit te verbeteren en aan te vullen. Hieronder alvast een indruk van de mogelijkheden:
|
v Gezamenlijke missie, visie en beleid ontwikkelen Het ontwikkelen van een gezamenlijke visie door de kinderartsen en volwassenenarts door middel van werkbijeenkomsten om gezamenlijke doelen te stellen
v Transitiecoördinator Aanstellen van een transitiecoördinator (speciaal gericht op de totale adolescentenpopulatie van 12-25 jaar). Werkzaam aan beide zijden van de transitie of vaststellen van casemanagers in kinderzorg en in volwassenenzorg die onderling samenwerken. Direct toegankelijk voor jongere per telefoon of e-mail.
v Transitie op maat: het Individueel Transitieplan (ITP) Uitgangspunten zijn dat het plan samen met jongere / ouders opgesteld wordt, past bij de aandoening en behandeling en past bij de leeftijd, specifieke omstandigheden en ontwikkelingsniveau van de jongere. Het ITP bevat concrete doelen om eigen verantwoordelijkheid van jongere voor zorgproces te vergroten. Regelmatig aanpassen / bijstellen is noodzakelijk.
v Informatie en folders / website voor jongeren over transitie Informatie over de verschillen tussen de kinderzorg en volwassenenzorg, over opgroeien en leven met ziekte en andere aspecten van belang in adolescentie. bijvoorbeeld in vorm van losbladige informatieklapper voor jongeren (verschillende leeftijdsgroepen) & ouders.
v Gemeenschappelijk Medisch Consult Een poliklinisch consult voor meerdere patiënten tegelijk, waarin onderlinge informatie-uitwisseling de zelfredzaamheid van patiënten kan bevorderen.
v Omgaan met je aandoening Diverse cursussen voor diverse doelgroepen waarin jongeren met chronische aandoeningen leren met hun aandoening om te gaan. |
Wat kunnen teams van het projectteam verwachten en wat wordt er van de Doorbraakteams verwacht?
Het landelijke kernteam:
De deelnemende Doorbraakteams in de instellingen:
De sponsor (lid Directie/ Raad van Bestuur van de instelling)
Het Innovatiefonds Zorgverzekeraars is voornemens het grootste deel van de kosten (namelijk de kosten van de adviseurs, experts, de organisatie van landelijke bijeenkomsten, interne en externe communicatie) te dragen. Dit komt overeen met 50% van de uitvoerings- en begeleidingskosten van het Actieprogramma. Van de deelnemende teams vragen wij een eigen bijdrage van minimaal € 10.000,-. De definitieve hoogte van de eigen bijdrage wordt jaarlijks per ronde vastgesteld en is afhankelijk van het aantal deelnemers. Hoe hoger het aantal deelnemers, hoe lager de eigen bijdrage. Daarvoor worden werkconferenties en projectleidersbijeenkomsten georganiseerd en vinden twee locatiebezoeken plaats. Elk team ontvangt toegang tot de toolkit met interventies, persoonlijk advies en begeleiding door een team van adviseurs en inhoudelijke experts bij de planning en uitvoering van verbeteringen. Daarnaast zijn er investeringen nodig in de vorm van het aanstellen van een projectleiding, tijd van professionals voor de ontwikkeling van het programma. Deelname aan het evaluatieonderzoek levert een bonus van € 450,-. op.
Ervaring leert dat teams ook alternatieve bronnen aanspreken om de eigen bijdrage te voldoen. Bijvoorbeeld door het in te passen in een ander lopend project of bij een zorgverzekeraar een subsidieaanvraag in te dienen.
Het Nationaal Actieprogramma Diabetes vergoedt voor Diabetesteams 50% van de eigen bijdrage. Dit komt neer op 5.000 euro. Voor Diabetesteams wordt een speciale ronde van het actieprogramma ingericht met minimaal 10 Diabetesteams.
Wat houdt het evaluatieonderzoek van het Actieprogramma in?
Doelstelling van het evaluatieonderzoek is de effecten van het Actieprogramma te onderzoeken met de volgende onderzoeksvraagstellingen:
1. Welke generieke interventies op programma- en projectniveau zijn tijdens de testfase uitgevoerd en welke (ziekte)specifieke aanpassingen zijn noodzakelijk? Welke interventies op programma- en projectniveau worden tijdens de verspreidingsfase daadwerkelijk uitgevoerd?
2. Wat is de effectiviteit van het Actieprogramma op individueel (jongere / ouders), project-, en programmaniveau tijdens de test- en verspreidingsfase?
3. Wat zijn cruciale succes en faalfactoren op individueel (jongere / ouders), project-, en programmaniveau die de effectiviteit van het programma in de verspreidingsfase beïnvloeden?
4. Welke best practices zijn er in de verspreidingsfase te identificeren en hoe verspreiden deze zich?
Het onderzoek zal deze onderzoeksvragen beantwoorden door middel van een combinatie van kwalitatief en kwantitatief onderzoek en analyses op verschillende niveaus. Als onderzoeksopzet is gekozen voor een prospectief design, waarbij bij aanvang van het Doorbraakproject, na 12 en waar mogelijk na 24 maanden gegevensverzameling plaats vindt door middel van vragenlijsten voor jongeren, ouders en zorgverleners. Daarnaast zullen Doorbraakteams zelf bij aanvang en op 12 en 24 maanden gegevens over structuur- en procesindicatoren verzamelen.
Alle teams in de Test- en Verspreidingsfase worden betrokken in het evaluatieonderzoek. Onder alle leden van het team zullen daarvoor op een aantal vaste momenten vragenlijsten worden verspreid en er zullen enkele interviews worden gepland. Daarnaast ondersteunt het team de onderzoekers bij de evaluatie onder de jongeren die onder behandeling zijn en hun ouders. Teams ontvangen het eerste jaar een praktijkbonus van € 450,- voor deelname aan het evaluatieonderzoek, het tweede jaar ontvangen teams €550,- bij actieve deelname. Een controleteam ontvangt deze bijdrage twee maal voor hun deelname in het onderzoek.
Het onderzoek zal worden uitgevoerd door onderzoekers van het instituut Beleid & Management Gezondheidszorg, Erasmus MC - Revalidatiegeneeksunde (Transitieonderzoek) en Erasmus MC – Sophia. Voor de uitvoering is subsidie toegekend door het Programma Jeugd van ZonMw.
Lees in de informatiefolder evaluatieonderzoek meer over de uitvoering van het evaluatieonderzoek.
Download hier de oproep voor deelname aan Op Eigen Benen Vooruit!
Download hier de informatiefolder van Op Eigen Benen Vooruit!
Download hier het belangstellingsformulier Op Eigen Benen Vooruit!